Logo Samenzorg met slogan groot1

CASUÏSTIEK

 

 

Voorgeschiedenis


Na het plotseling overlijden van de vader bleef de moeder zitten met de zorg voor haar vier kinderen en de financiële administratie bleek een puihoop. Tijdens de rouwfase vroeg de zorg voor haar kinderen teveel van haar. De moeder wist al dat haar kinderen, met hun kindeigen problematiek, extra hulp nodig zouden hebben en klopte vrijwillig aan bij jeugdzorg. Jeugdzorg oordeelde dat de kinderen gebaat waren bij rust en zou de kinderen een half jaar uit huis plaatsen (UHP) zodat de moeder de zaken op orde kon krijgen. De moeder hield zich volgens jeugdzorg vervolgens niet aan de afspraken over de omgang (omdat ze de kinderen miste) en er kwam onenigheid over de in te zetten hulpverlening. Er kwam een kindbeschermingsmaatregel en de kinderen werden met “perspectief”uit huis geplaatst. Dit betekent dat pleegouders het van de biologische ouders definitief gaan overnemen. Een zeer radicale beslissing geschikt voor zeer ernstige gevallen.

 

Situatie bij aanmelding


De moeder meldt zich omdat al haar vier kinderen uit huis geplaatst (UHP) zijn. Er waren aanwijzingen van verwaarlozing en ze zou nogal vaak tegen de kinderen schreeuwen. De moeder had veel schulden. Ze zag haar kinderen eens per maand onder begeleiding en jeugdzorg was voornemens een “verderstrekkende maatregel” aan te vragen. Dit betekent dat je als ouder volledig gediskwalificeerd wordt en je gezag over gedragen wordt aan Bureau Jeugdzorg (BJZ).

  

De rol van De Noodkreet


Een kritische kijk naar het (flinke) dossier leverde ongelooflijk veel tegenstrijdigheden op. De moeder zou wel leerbaar zijn en even later weer niet. De moeder kon de zorg goed dragen en even later weer niet. Voor alle tekenen van verwaarlozing leken logische verklaringen. Bijvoorbeeld: de moeder schreeuwde zo tegen de kinderen omdat de kinderen gehoorproblemen zouden hebben. Opmerkelijke was dat de positieve adviezen van de hulpverlening door jeugdzorg niet werden opgevolgd en de negatieve wel.
De Noodkreet ging met jeugdzorg in gesprek en kreeg in eerste instantie bij de gezinsvoogd geen gehoor. De rechtbank zag meer in de dossieranalyse van De Noodkreet en oordeelde dat de moeder geen eerlijke kans had gehad. Om de eerlijke kans te waarborgen bemiddelde De Noodkreet voor een nieuwe gezinsvoogd. Deze kwam er, waarmee een beter contact gelegd werd.

 

De situatie nu


Eerst heeft moeder een periode twee van haar vier kinderen weer thuis gekregen en een half jaar later kwamen ook de twee oudste kinderen weer thuis wonen, in de tussenliggende periode was er met de oudste twee (die toen nog een behandeling voor hun problematiek ondergingen) een goede omgangsregeling afgesproken. Samen met de moeder wordt er nu gekeken naar hulp thuis voor het ordenen van de financiën en het huishouden. De OTS van de jongste twee kinderen is niet meer verlengd, voor de twee oudste kinderen kijkt de rechter het nog een half jaar aan. Zowel de gezinsvoogd als moeder verwacht dat na deze OTS-periode ook de OTS voor de oudste kinderen niet verlengd zal worden. De moeder gaat de toekomst nu positief tegemoet.
Vrijwilligers van De Noodkreet hebben zich volledig ingezet. Deze casus heeft vele uren dossieronderzoek en contacturen gekost. Er werd gezorgd dat de moeder ook daadwerkelijk aanwezig kon zijn op de talloze afspraken die voor haar gemaakt werden door de hulpverlening. De moeder kon nog wel eens uit haar slof schieten of door de bomen het bos niet meer zien. Die persoonlijkheidstrekjes zorgde ook voor de problemen in communicatie met jeugdzorg. De Noodkreet bleef echter herpakken en herstarten en bleef het vertrouwen van de moeder herwinnen, net zo lang tot de moeder wél lukte om er sterker uit te komen.

 

Conclusie


In deze casus is vooral betrokkenheid van De Noodkreet terug te lezen in de houding van de moeder naar hulpverleners toe. Haar algemene stemming is sterk verbeterd. Van de depressieve, defensieve houding aan het begin van het traject is weinig over. Samenvattend: door deze verandering in stemming, betrokkenheid en motivatie (en natuurlijk het terug thuis krijgen van de kinderen, betere omgangsregeling en het afwenden van de verderstrekkende maatregel) maakt het dat de hulp thuis met de moeder sneller resultaten heeft geboekt.